goede gerst
goede gerst

Actualiteiten

Constructieve tweede NIBEM-ketendag

woensdag, 4 april, 2018

De statige zalen van Stadskasteel Oudaen in Utrecht vormen in februari 2018 het toneel van de tweede NIBEM-ketendag. Meer dan zestig vertegenwoordigers van de keten zijn aanwezig: veredelaars, telers, collecteurs, mouters en brouwers. Na een hartelijk ontvangst in de Zoudenbalchzaal verplaatst het gezelschap zich naar de Couwenhovezaal, waar dagvoorzitter Hedwig Boerrigter (directeur Stichting Veldleeuwerik) iedereen welkom heet, waarna het programma van start gaat.

Wat is NIBEM? – Hubert te Braake (voorzitter NIBEM)

Het openingswoord is voor de voorzitter van NIBEM, Hubert te Braake. Na zijn studies aan de universiteiten van Wageningen en Delft is Hubert te Braake neergestreken bij Heineken. De afgelopen decennia vervulde hij er diverse functies. Op dit moment is hij werkzaam voor Heineken Nederland Supply. Sinds 2014 is hij voorzitter van NIBEM.

‘NIBEM is een netwerkpartij voor alle schakels van de keten. Wij proberen partijen in de keten met elkaar te verbinden, zodat ze elkaar kunnen inspireren en van elkaar kunnen leren. Daarom is het ook zo bijzonder om te zien dat er vandaag ook zoveel craftbrewers aanwezig zijn. Hun aanwezigheid is van grote toegevoegde waarde voor deze ketendag. Wat gebeurt er in de craft brouwerij, waar is behoefte aan vanuit de keten? De ketendag is bedoeld om informatie te delen, elkaar op te zoeken en mogelijkheden te bekijken om samen te werken. Het is heel erg mooi dat we hier vandaag met zo’n mooie vertegenwoordiging vanuit de keten aanwezig zijn.’

Het plenaire deel van de middag bestaat uit een tweetal presentaties en twee paneldiscussies.

Presentatie: Het telen van brouwgerst – Örjan Schrauwen

Teler Örjan Schrauwen bijt de spits af en vertelt de aanwezigen over zijn ervaringen met het telen van brouwgerst.

Sinds 1995 is hij vennoot in Schrauwen Landbouw, een akkerbouwbedrijf van 140 ha in Zevenbergen, West Brabant, dat er door zijn overgrootvader in 1932 is gevestigd. Verder treedt hij op als regiobestuurslid van de Nederlandse Akkerbouw Vakbond en is tevens Veldleeuwerik-teler.

Örjan Schrauwen: ‘Om de bodem rust te geven, maar wel vruchtbaar te houden, zijn we een aantal jaar geleden begonnen met het verbouwen van winterbrouwgerst. De oude zeeklei van onze grond is hier uitermate geschikt voor. Het eerste jaar hebben we wat te vroeg ingezaaid, waardoor de opbrengst niet optimaal was. Nu zaaien we in oktober in en dat levert veel meer op. Ook het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zijn we nog aan het optimaliseren. Afgelopen jaar hadden we deze maar 1x gebruikt, bij een volgende gerstteelt gaan we het zonder proberen. En dat moet ook makkelijk kunnen, omdat gerst dat niet of nauwelijks nodig heeft. Qua opbrengst behoort brouwgerst niet tot het allerhoogste segment. Wij zien het echter als goed alternatief om onze bodem vruchtbaar te houden. Daarnaast vinden wij het mooie aan brouwgerst dat er bier van gemaakt wordt. Dat maakt het wel heel tastbaar.’

Paneldiscussie: Het telen van brouwgerst

In het eerste deel van de paneldiscussie wordt er nog wat dieper ingegaan op het telen van brouwgerst. Achter de antieke tafel hebben vertegenwoordigers van iedere schakel uit de keten plaatsgenomen: Ton Wouda (veredelaar, Limagrain), Örjan Schrauwen (teler, Schrauwen Farm), Aart den Bakker (collecteur, Agrifirm), Jos Haeck (mouter, The Swaen) en Steven van den Berg (brouwer, Gulpener Bierbrouwerij). Aan de hand van stellingen is er een dialoog met de aanwezigen.

Stellingen

  • De eisen van de Nederlandse brouwers met betrekking tot het eiwitgehalte zijn moeilijk te behalen door telers.
  • Zonder de toezegging van brouwers en mouters aan telers om Nederlandse brouwgerst in te kopen, is de Nederlandse brouwgerstteelt ten dode opgeschreven.
  • Het voeren van gezamenlijke consumentenmarketing rond onderscheidende gerstrassen komt ten goede aan Nederlandse telers, mouters en brouwers.
  • De biologische teelt van gerst heeft een meerwaarde voor consumenten en daarmee voor de gehele keten.
  • Brouwgerstteelt is een volwaardige concurrent van tarweteelt.

Presentatie: Het Nederlandse gerstrassenonderzoek – Martijn van Iersel

Na de pauze neemt Martijn van Iersel, voorzitter van de nationale commissie van het gerstrassenonderzoek, het woord van dagvoorzitter Hedwig Boerrigter over.

Martijn van Iersel studeerde aan de Universiteit van Wageningen. Na zijn studie deed hij onderzoek naar de ‘Fysiologie van gist tijdens de productie van alcoholvrij bier.’ In 1997 startte hij als projectmanager bij Bavaria. In 2008 maakte hij de overstap naar Holland Malt. Hier is hij verantwoordelijk voor het brede pakket van onderzoek, innovatie, kwaliteit en duurzaamheid. In zijn presentatie gaat hij dieper in op de wetenswaardigheden van het Nederlandse gerstrassenonderzoek.

Martijn van Iersel: ‘Onderzoek naar de eigenschappen en kwaliteit van brouwgerstrassen is essentieel voor de brouwgerstketen. Het gaat daarbij zowel om de landbouwkundige eigenschappen, zoals de opbrengst per hectare, de ziekteresistentie en strostevigheid, als de geschiktheid om te brouwen. Geeft het ras bijvoorbeeld voldoende eiwit en kiemt het goed? Het NIBEM gerstrassenonderzoek is bedoeld om de kwaliteit van nieuwe brouwgerstvariëteiten te waarborgen.

Voordat brouwgerst wordt geïntroduceerd voor commerciële doeleinden, wordt deze uitvoerig onderzocht. Dit onderzoek duurt circa 3 jaar. Rassen moeten op de parameter brouwkwaliteit overal hoger dan een 6 scoren, anders vallen ze af. Het ras Quench is de standaard waarmee alle rassen worden vergeleken.

Winterbrouwgerst is weer in opkomst: Agrifirm en Holland Malt hebben hier weer een zwengel aan gegeven. Ondanks dat sommige rassen zevens en achten scoren, worden ze niet altijd door de markt opgepikt. Praktijk en onderzoek sluiten niet altijd optimaal op elkaar aan.’

Vervolgens stelt hij het voortbestaan van het Nederlandse gerstrassenonderzoek aan de orde: ‘Het is belangrijk dat het gerstrassenonderzoek jaarlijks uitgevoerd kan blijven worden. Op deze manier wordt de onafhankelijke beoordeling van de rassen gewaarborgd. Daarbij kan met het onderzoek en de inbreng van NIBEM een effectieve lobby worden gevoerd om de belangen van de keten zo goed mogelijk te behartigen.’

Paneldiscussie: Het Nederlandse gerstrassenonderzoek

In de tweede paneldiscussie komt het Nederlandse gerstrassenonderzoek uitgebreid aan de orde. Het panel bestaat ook dit keer uit vertegenwoordigers van de gehele keten: Ton Wouda (veredelaar, Limagrain), Örjan Schrauwen (teler, Schrauwen Farm), Aart den Bakker (collecteur, Agrifirm), Martijn van Iersel (mouter, Holland Malt) en Wim Vermeulen (brouwer, Grolsche Bierbrouwerij)

Stellingen

  • De bouw/mout-eigenschappen van de voor Nederlandse geschikte gerstrassen behoeven verbetering.
  • Zonder brouwgerstonderzoek in Nederland loopt de keten veel meer risico bij de introductie van nieuwe rassen.
  • Kwekers hebben belang bij een goede positie op de rassenlijst, het in stand houden van het onderzoek naar mout en brouwkwaliteit heeft hier grote invloed op.
  • Brouwgerst moet van topkwaliteit zijn om er goed mee te kunnen vermouten / brouwen. Het Nederlandse gerstrassenonderzoek speelt hierbij een essentiële rol.
  • Door samenwerking met omliggende landen zijn we in staat om tot een selectie te komen van gerstrassen geschikt voor Nederlandse gerst, mout en bierketen.

Afsluiting: Rondleiding door bierbrouwerij & netwerken

De middag wordt afgesloten met een rondleiding door de bierbrouwerij van Stadskasteel Oudaen. Onder het genot van heerlijke bier/spijscombinatie maken de aanwezigen nader met elkaar kennis en worden contactgegevens uitgewisseld.

Wederom kan worden teruggekeken op een constructieve NIBEM-ketendag, die in 2019 zeker een vervolg zal krijgen.