goede gerst
goede gerst

Actualiteiten

Droge zomer zorgt voor lagere opbrengst brouwgerst, maar kwaliteit is goed

donderdag, 6 september, 2018

Met de herfst op komst zou je bijna vergeten dat de zomer uitzonderlijk droog is geweest. De landbouwgronden hebben er aardig van te verduren gekregen. De tarweoogst was nog nooit eerder zo vroeg oogstrijp, de ontwikkeling van aardappelen en maïs bleef achter en de opbrengst van uien ligt 30% lager dan gebruikelijk. Maar hoe zit het eigenlijk met de Nederlandse brouwgerst? Wat is het effect van de droogte geweest op dit belangrijke ingrediënt binnen de bierketen? We vroegen het Ton Wouda van het veredelingsbedrijf Limagrain, Aart den Bakker van landbouwcoöperatie Agrifirm en Jos Jennissen en Martijn van Iersel van mouterij Holland Malt.

Lagere opbrengst

‘In heel Europa en ook in Nederland zie je dat gerst het eerste gewas is geweest, dat de akkerbouwers hebben geoogst’, steekt Aart den Bakker van Agrifirm wal. ‘Door de droogte waren de gewassen eerder volgroeid dan in voorgaande jaren. De vroege oogst heeft een gevolg gehad voor de totale opbrengst. De eerste cijfers in Nederland geven aan dat de opbrengst voor wintergerst ongeveer 15-20% lager is dan het vierjarig gemiddelde en voor zomergerst ongeveer 10%. De lagere opbrengst betreft overigens niet alleen voor gerst, maar geldt ook voor andere granen, zoals tarwe’.

Niet alleen in Nederland, maar in heel Europa hebben de landbouwgronden te maken gehad met een langdurige periode van droogte. ‘De droogte heeft in drie gebieden het hardst toegeslagen’, legt Jos Jennissen van Holland Malt uit. ‘In Centraal Europa, het Baltische gebied en in Scandinavië is er een gemiddelde opbrengstdaling van brouwgerst tussen de 30-40% geconstateerd. Gezien de ongewone omstandigheden hadden de opbrengstverliezen in Nederland veel substantiëler kunnen zijn. Het relatief gunstige weerspatroon in mei en juni, waarin het ook enige tijd heeft geregend, heeft gezorgd voor een positief effect op de bodem waardoor de gerst in Nederland voldoende heeft kunnen groeien’, legt collega Martijn van Iersel uit.

Prijsstijging

Volgens de beide heren van de grootste verwerker van Nederlandse brouwgerst heeft de lagere opbrengst tot een significante prijsstijging van brouwgerst geleid, met als gevolg een wat nerveuze markt. ‘Wat we zien is dat veel brouwerijen een afwachtende houding aannemen en eerst de daadwerkelijke oogstgegevens willen zien. De brouwerijen hebben niet alleen te maken met een hogere prijs voor brouwgerst, maar zien ook dat energie- en transportprijzen stijgen.’

‘Aan de andere kant is het voor de Nederlandse telers niet ongunstig dat de prijs reageert. Omdat ook andere landen te maken hebben gehad met de droogte, geldt overal een lagere opbrengst. Het aanbod van brouwgerst is daarmee overal lager, hetgeen voor de Nederlandse telers een gunstige prijsreactie met zich meebrengt. Het zou anders zijn geweest als het alleen in Nederland droog zou zijn geweest. Dan waren de verliezen voor de Nederlandse telers groot geweest’, aldus Den Bakker.

Hoge kwaliteit

De opbrengst mag dan wel lager zijn uitgevallen, de kwaliteit van de gerst is dit jaar zeer hoog. Daar zijn alle heren het over eens. De gerst heeft fraaie volgerstpercentages, een mooie sortering, is uitermate droog, blank en vrij van schimmels. In totaliteit is er een hele gezonde oogst van de Nederlandse velden gehaald, zeker in vergelijking met andere regio’s. Vooral de afrijping van de gerst is fraai geweest. Het eiwitgehalte is mooi laag en dat maakt het product goed bruikbaar voor het Nederlandse bier.

Invloed van klimaatverandering

De wereldvoorraad van gerst is nog aanzienlijk. Maar moeten we met de klimaatverandering vrezen voor een op de loer liggend tekort? ‘Nee’, zegt Ton Wouda van het veredelingsbedrijf Limagrain. ‘Als het aan de gerstrassen ligt, niet. Op ons netwerk van proefvelden over heel Europa testen we steeds uitvoerig het materiaal. Als blijkt dat het jaarlijks droger en warmer wordt, dan selecteren we gerstrassen die daar beter tegen bestand zijn. Voor zomergerst geldt een brede adaptatie. Van Scandinavië tot Spanje kun je hetzelfde ras telen. Bij wintergerst is dit iets afhankelijker van bepaalde klimaat’

Andere factoren kunnen wel een rol spelen bij het aanbod van gerst. Wouda noemt het verschil in grondsoorten. ‘De gronden in Noord-Oost Nederland zijn bijvoorbeeld iets gevoeliger voor droogte dan de kleigronden van Zeeland. De opbrengst zal op die meer zanderige gronden dan ook lager zijn dan op de zuidwestelijke kleigronden. Dit fenomeen is overigens door heel Europa waarneembaar. De keuze van de teler hij in zijn bouwplan neemt, speelt een grote rol bij het aanbod van gerst. Daarnaast is de expertise van de teler van belang. Hoe meer hij bekend is met de teelt van het gewas gerst, hoe beter hij kan inspelen op onder andere extremere weersomstandigheden.’

Ook de heren van Holland Malt zien niet ineens allerlei doemscenario’s verschijnen. ‘De behoefte aan gerst zal altijd blijven bestaan. We zien wel meer extremen als veel regen of langdurige droogte en dat heeft zonder meer zijn weerslag op de zekerheid van goede oogsten. Maar aan de andere kant worden nieuwe gebieden ontdekt die qua klimatologische omstandigheden beter aansluiten bij de teelt van gerst. Voor Nederland is dat een gunstige ontwikkeling.’ Tot slot zorgt de Europese regelgeving er met de verplichte gewassenrotatie er wel voor dat gerst op de velden blijft voorkomen. ‘En dat is vooral voor de noordelijke gebieden gunstig, en dus ook voor Nederland’.