Enkhuizen - Nederlandse bedrijven die groentegewassen verbeteren, investeren tegen de klippen op om met innovatie de opbrengst van gewassen te verhogen. Alleen op die manier kan de groei van de wereldbevolking worden opgevangen.
Naar verwachting telt de wereld in 2050 circa 9 miljard mensen tegen bijna 7 miljard nu. Al die extra monden moeten worden gevoed, maar het opvoeren van de vleesproductie biedt weinig soelaas. Het leidt tot meer CO2-uitstoot en het is inefficiënt, omdat er vijf delen energie in een koe moeten voordat er een deel energie uitkomt.
Een reëel alternatief is het opvoeren van de opbrengsten van de landbouwgewassen. Het mondiaal beschikbare landbouwareaal loopt echter terug door erosie en verstedelijking. Om de stijgende vraag naar voedsel toch te kunnen beantwoorden, moeten de opbrengsten met 70% stijgen. Dat kan in principe uitsluitend door de ontwikkeling van gewassen die meer opbrengen en van gewassen, die ook onder extreme weersomstandigheden productief zijn. Dat alles liefst met een nog verder terugdringen van de noodzaak van bestrijdingsmiddelen en kunstmest.
Bij veredeling van plantaardig uitgangsmateriaal gaat het om landbouwgewassen zoals graan, om groentegewassen zoals komkommers en paprika, om pootgoed zoals aardappelen en om siergewassen en boomstekken.
Het aantal bedrijven in de wereld dat actief is in veredeling oogt omvangrijk, maar toch valt het tegen. De bedrijven zijn doorgaans uitsluitend actief in één van deze takken van sport. Het aantal bedrijven dat opereert in de veredeling van groentegewassen en landbouwgewassen, is tamelijk beperkt, terwijl juist die twee categorieën de wereld aan meer voedsel moeten zien te helpen.
De sector in Nederland concentreert zich met circa 25 bedrijven voor een deel in de kop van Noord-Holland bij Enkhuizen met onder meer de Europese hoofdkantoren van de grote internationale spelers. In het Westland zitten RijkZwaan en Monsanto.
Elke branche zal beamen dat innovatie van belang is, maar de zaadveredelaars spannen de kroon. 'Innovatie is de kern', zegt Joep Lambalk, onderzoeksdirecteur van Enza Zaden in Enkhuizen, een veredelaar van uitgangsmateriaal voor groentegewassen die actief is in twintig landen. 'Als de mondiale veredelingssector een jaar of vijf niet innoveert in voedingsgewassen, lopen de opbrengsten na enkele jaren in de wereld hard terug. Dan wordt het honger lijden.'
Voortdurende veredeling is nodig omdat de rassen op het veld en in de kas al snel hun waarde verliezen doordat schimmels en bacteriën hun kans grijpen. Vandaar dat de bedrijven 20% tot 25% van hun omzet in innovatie van gewassen steken. Lambalk: 'Ook de markt vraagt continu om nieuwe rassen en we gaan ook naar steeds meer markten. De competitie is moordend. Als je zelf niet met een goed ras komt, doet de concurrent het wel.'
Enza investeert circa euro 45 mln per jaar, ofwel 28% van de euro 160 mln omzet, in onderzoek en ontwikkeling van uitgangsmateraal voor groentegewassen. De omzet groeit de laatste jaren fors en gaat dit jaar ook weer naar de plus 10%. 'Dat moet ook, want het onderzoek is kostbaar. Als je dat niet doet, ben je over vijf jaar uitgespeeld.'
Innovatie begint met fundamenteel onderzoek op het gebied van de veredeling en gerelateerd plantenonderzoek. Dat onderzoek is versnipperd want het heeft plaats aan de universiteiten van Wageningen, Leiden, Amsterdam, Groningen en Utrecht.
En de kwaliteit loopt terug, meent Bernard de Geus, directeur van het topinstituut Groene Genetica. Hij stelt dat de structurele overheidsinvesteringen in fundamenteel plantkundig onderzoek de laatste 20 jaar sterk zijn teruggelopen met als gevolg verschraling van onderzoek en onderwijs. De Geus: 'Het is een groot knelpunt in onze sector dat het onderzoek en onderwijs door de verschraling onder druk staat, te weinig studenten aantrekt en niet langer in staat is om voldoende goede mensen af te laten studeren. Hier lopen we als Nederland een risico.'
Lambalk: 'Want een nieuwe generatie veredelaars en onderzoekers is hard nodig. Het is nu heel moeilijk om de juiste mensen te vinden.'
De Geus noemt plantenveredelaar en -onderzoeker een vak van de toekomst gelet op de trend naar een bio-gebaseerde economie. 'We moeten een positie verwerven. Biodiesel uit algen? Er is nog weinig veredeld in algen. Medicijnen vanuit wieren? Het krijgt geen aandacht. Als je kans wilt maken met duurzaamheid, moet je dit soort zaken ook oppakken.'
Het is volgens De Geus 'pijnlijk duidelijk' dat de overheid geen visie voor de lange termijn heeft. 'Zijn' instituut staat onder druk omdat 'Den Haag' geen besluit neemt over continuïteit.
Lambalk stelt dat er mondiaal in r&d in plantenbiotech $1,3 mrd omgaat. Nederland neemt daarvan $200 mln voor zijn rekening, ofwel 13%. 'Dat is belachelijk veel voor zo'n klein land en het tekent de positie. Als de overheid niet investeert in groen onderwijs, heeft dat grote gevolgen.'
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Veel vraag naar beter voedselIncotec voorziet zaden van een laagje en creëert zo meer 'seed space' waarin stoffen worden gestopt die de planten beschermen of groei stimuleren.
'Albert Heijn bijvoorbeeld eist dat er geen luis op de sla mag zitten', zegt directeur Jan Willem Breukink. 'Dus bespuiten de telers de sla zes tot acht keer. Wij stoppen dat antiluismiddel in het omhulsel, dan hoeft de teler niet te spuiten en dat geeft een reductie van gewasbeschermingsmiddelen tot 85%.'
Incotec kan de zaden ook sneller laten ontkiemen en ze beter bestand maken tegen vocht en extreme temperaturen op het veld. Het kan zaden zonder chemische middelen vrijwaren van schimmels en bacteriën zodat ze 'schoon' de grond in gaan. Dat geeft 5% tot 10% meer opbrengst en 15% tot 25% meer wanneer ook de wortelstimulering wordt toegepast. Breukink: 'Zo verhoog je de opbrengst van de gewassen. Dat is van groot maatschappelijk belang, want we werken aan de voeding van de planeet van de toekomst.'
Sinds Incotec in 2002 is ontstaan uit Royal Sluis, zijn omzet en winst toegenomen. Het bedrijf had over het gebroken boekjaar 2008-2008 een omzet van euro37,2 mln en hield daar een nettoresultaat van euro 2,5 mln aan over.
Het bedrijf heeft klanten in de hele wereld en telt 350 werknemers van wie 55 in onderzoek en ontwikkeling. Er is plek voor nog eens vijftig nieuwe collega's. Breukink rekent op groei vanuit landen zoals India en China, waar een toenemende vraag is naar beter en meer voedsel.