goede gerst
goede gerst

Actualiteiten

Droge zomer zorgt voor lagere opbrengst brouwgerst, maar kwaliteit is goed

donderdag, 6 september 2018

Met de herfst op komst zou je bijna vergeten dat de zomer uitzonderlijk droog is geweest. De landbouwgronden hebben er aardig van te verduren gekregen. De tarweoogst was nog nooit eerder zo vroeg oogstrijp, de ontwikkeling van aardappelen en maïs bleef achter en de opbrengst van uien ligt 30% lager dan gebruikelijk. Maar hoe zit het eigenlijk met de Nederlandse brouwgerst? Wat is het effect van de droogte geweest op dit belangrijke ingrediënt binnen de bierketen? We vroegen het Ton Wouda van het veredelingsbedrijf Limagrain, Aart den Bakker van landbouwcoöperatie Agrifirm en Jos Jennissen en Martijn van Iersel van mouterij Holland Malt.

Lagere opbrengst

‘In heel Europa en ook in Nederland zie je dat gerst het eerste gewas is geweest, dat de akkerbouwers hebben geoogst’, steekt Aart den Bakker van Agrifirm wal. ‘Door de droogte waren de gewassen eerder volgroeid dan in voorgaande jaren. De vroege oogst heeft een gevolg gehad voor de totale opbrengst. De eerste cijfers in Nederland geven aan dat de opbrengst voor wintergerst ongeveer 15-20% lager is dan het vierjarig gemiddelde en voor zomergerst ongeveer 10%. De lagere opbrengst betreft overigens niet alleen voor gerst, maar geldt ook voor andere granen, zoals tarwe’.

Niet alleen in Nederland, maar in heel Europa hebben de landbouwgronden te maken gehad met een langdurige periode van droogte. ‘De droogte heeft in drie gebieden het hardst toegeslagen’, legt Jos Jennissen van Holland Malt uit. ‘In Centraal Europa, het Baltische gebied en in Scandinavië is er een gemiddelde opbrengstdaling van brouwgerst tussen de 30-40% geconstateerd. Gezien de ongewone omstandigheden hadden de opbrengstverliezen in Nederland veel substantiëler kunnen zijn. Het relatief gunstige weerspatroon in mei en juni, waarin het ook enige tijd heeft geregend, heeft gezorgd voor een positief effect op de bodem waardoor de gerst in Nederland voldoende heeft kunnen groeien’, legt collega Martijn van Iersel uit.

Prijsstijging

Volgens de beide heren van de grootste verwerker van Nederlandse brouwgerst heeft de lagere opbrengst tot een significante prijsstijging van brouwgerst geleid, met als gevolg een wat nerveuze markt. ‘Wat we zien is dat veel brouwerijen een afwachtende houding aannemen en eerst de daadwerkelijke oogstgegevens willen zien. De brouwerijen hebben niet alleen te maken met een hogere prijs voor brouwgerst, maar zien ook dat energie- en transportprijzen stijgen.’

‘Aan de andere kant is het voor de Nederlandse telers niet ongunstig dat de prijs reageert. Omdat ook andere landen te maken hebben gehad met de droogte, geldt overal een lagere opbrengst. Het aanbod van brouwgerst is daarmee overal lager, hetgeen voor de Nederlandse telers een gunstige prijsreactie met zich meebrengt. Het zou anders zijn geweest als het alleen in Nederland droog zou zijn geweest. Dan waren de verliezen voor de Nederlandse telers groot geweest’, aldus Den Bakker.

Hoge kwaliteit

De opbrengst mag dan wel lager zijn uitgevallen, de kwaliteit van de gerst is dit jaar zeer hoog. Daar zijn alle heren het over eens. De gerst heeft fraaie volgerstpercentages, een mooie sortering, is uitermate droog, blank en vrij van schimmels. In totaliteit is er een hele gezonde oogst van de Nederlandse velden gehaald, zeker in vergelijking met andere regio’s. Vooral de afrijping van de gerst is fraai geweest. Het eiwitgehalte is mooi laag en dat maakt het product goed bruikbaar voor het Nederlandse bier.

Invloed van klimaatverandering

De wereldvoorraad van gerst is nog aanzienlijk. Maar moeten we met de klimaatverandering vrezen voor een op de loer liggend tekort? ‘Nee’, zegt Ton Wouda van het veredelingsbedrijf Limagrain. ‘Als het aan de gerstrassen ligt, niet. Op ons netwerk van proefvelden over heel Europa testen we steeds uitvoerig het materiaal. Als blijkt dat het jaarlijks droger en warmer wordt, dan selecteren we gerstrassen die daar beter tegen bestand zijn. Voor zomergerst geldt een brede adaptatie. Van Scandinavië tot Spanje kun je hetzelfde ras telen. Bij wintergerst is dit iets afhankelijker van bepaalde klimaat’

Andere factoren kunnen wel een rol spelen bij het aanbod van gerst. Wouda noemt het verschil in grondsoorten. ‘De gronden in Noord-Oost Nederland zijn bijvoorbeeld iets gevoeliger voor droogte dan de kleigronden van Zeeland. De opbrengst zal op die meer zanderige gronden dan ook lager zijn dan op de zuidwestelijke kleigronden. Dit fenomeen is overigens door heel Europa waarneembaar. De keuze van de teler hij in zijn bouwplan neemt, speelt een grote rol bij het aanbod van gerst. Daarnaast is de expertise van de teler van belang. Hoe meer hij bekend is met de teelt van het gewas gerst, hoe beter hij kan inspelen op onder andere extremere weersomstandigheden.’

Ook de heren van Holland Malt zien niet ineens allerlei doemscenario’s verschijnen. ‘De behoefte aan gerst zal altijd blijven bestaan. We zien wel meer extremen als veel regen of langdurige droogte en dat heeft zonder meer zijn weerslag op de zekerheid van goede oogsten. Maar aan de andere kant worden nieuwe gebieden ontdekt die qua klimatologische omstandigheden beter aansluiten bij de teelt van gerst. Voor Nederland is dat een gunstige ontwikkeling.’ Tot slot zorgt de Europese regelgeving er met de verplichte gewassenrotatie er wel voor dat gerst op de velden blijft voorkomen. ‘En dat is vooral voor de noordelijke gebieden gunstig, en dus ook voor Nederland’.


Constructieve tweede NIBEM-ketendag

woensdag, 4 april 2018

De statige zalen van Stadskasteel Oudaen in Utrecht vormen in februari 2018 het toneel van de tweede NIBEM-ketendag. Meer dan zestig vertegenwoordigers van de keten zijn aanwezig: veredelaars, telers, collecteurs, mouters en brouwers. Na een hartelijk ontvangst in de Zoudenbalchzaal verplaatst het gezelschap zich naar de Couwenhovezaal, waar dagvoorzitter Hedwig Boerrigter (directeur Stichting Veldleeuwerik) iedereen welkom heet, waarna het programma van start gaat.

Wat is NIBEM? – Hubert te Braake (voorzitter NIBEM)

Het openingswoord is voor de voorzitter van NIBEM, Hubert te Braake. Na zijn studies aan de universiteiten van Wageningen en Delft is Hubert te Braake neergestreken bij Heineken. De afgelopen decennia vervulde hij er diverse functies. Op dit moment is hij werkzaam voor Heineken Nederland Supply. Sinds 2014 is hij voorzitter van NIBEM.

‘NIBEM is een netwerkpartij voor alle schakels van de keten. Wij proberen partijen in de keten met elkaar te verbinden, zodat ze elkaar kunnen inspireren en van elkaar kunnen leren. Daarom is het ook zo bijzonder om te zien dat er vandaag ook zoveel craftbrewers aanwezig zijn. Hun aanwezigheid is van grote toegevoegde waarde voor deze ketendag. Wat gebeurt er in de craft brouwerij, waar is behoefte aan vanuit de keten? De ketendag is bedoeld om informatie te delen, elkaar op te zoeken en mogelijkheden te bekijken om samen te werken. Het is heel erg mooi dat we hier vandaag met zo’n mooie vertegenwoordiging vanuit de keten aanwezig zijn.’

Het plenaire deel van de middag bestaat uit een tweetal presentaties en twee paneldiscussies.

Presentatie: Het telen van brouwgerst – Örjan Schrauwen

Teler Örjan Schrauwen bijt de spits af en vertelt de aanwezigen over zijn ervaringen met het telen van brouwgerst.

Sinds 1995 is hij vennoot in Schrauwen Landbouw, een akkerbouwbedrijf van 140 ha in Zevenbergen, West Brabant, dat er door zijn overgrootvader in 1932 is gevestigd. Verder treedt hij op als regiobestuurslid van de Nederlandse Akkerbouw Vakbond en is tevens Veldleeuwerik-teler.

Örjan Schrauwen: ‘Om de bodem rust te geven, maar wel vruchtbaar te houden, zijn we een aantal jaar geleden begonnen met het verbouwen van winterbrouwgerst. De oude zeeklei van onze grond is hier uitermate geschikt voor. Het eerste jaar hebben we wat te vroeg ingezaaid, waardoor de opbrengst niet optimaal was. Nu zaaien we in oktober in en dat levert veel meer op. Ook het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zijn we nog aan het optimaliseren. Afgelopen jaar hadden we deze maar 1x gebruikt, bij een volgende gerstteelt gaan we het zonder proberen. En dat moet ook makkelijk kunnen, omdat gerst dat niet of nauwelijks nodig heeft. Qua opbrengst behoort brouwgerst niet tot het allerhoogste segment. Wij zien het echter als goed alternatief om onze bodem vruchtbaar te houden. Daarnaast vinden wij het mooie aan brouwgerst dat er bier van gemaakt wordt. Dat maakt het wel heel tastbaar.’

Paneldiscussie: Het telen van brouwgerst

In het eerste deel van de paneldiscussie wordt er nog wat dieper ingegaan op het telen van brouwgerst. Achter de antieke tafel hebben vertegenwoordigers van iedere schakel uit de keten plaatsgenomen: Ton Wouda (veredelaar, Limagrain), Örjan Schrauwen (teler, Schrauwen Farm), Aart den Bakker (collecteur, Agrifirm), Jos Haeck (mouter, The Swaen) en Steven van den Berg (brouwer, Gulpener Bierbrouwerij). Aan de hand van stellingen is er een dialoog met de aanwezigen.

Stellingen

  • De eisen van de Nederlandse brouwers met betrekking tot het eiwitgehalte zijn moeilijk te behalen door telers.
  • Zonder de toezegging van brouwers en mouters aan telers om Nederlandse brouwgerst in te kopen, is de Nederlandse brouwgerstteelt ten dode opgeschreven.
  • Het voeren van gezamenlijke consumentenmarketing rond onderscheidende gerstrassen komt ten goede aan Nederlandse telers, mouters en brouwers.
  • De biologische teelt van gerst heeft een meerwaarde voor consumenten en daarmee voor de gehele keten.
  • Brouwgerstteelt is een volwaardige concurrent van tarweteelt.

Presentatie: Het Nederlandse gerstrassenonderzoek – Martijn van Iersel

Na de pauze neemt Martijn van Iersel, voorzitter van de nationale commissie van het gerstrassenonderzoek, het woord van dagvoorzitter Hedwig Boerrigter over.

Martijn van Iersel studeerde aan de Universiteit van Wageningen. Na zijn studie deed hij onderzoek naar de ‘Fysiologie van gist tijdens de productie van alcoholvrij bier.’ In 1997 startte hij als projectmanager bij Bavaria. In 2008 maakte hij de overstap naar Holland Malt. Hier is hij verantwoordelijk voor het brede pakket van onderzoek, innovatie, kwaliteit en duurzaamheid. In zijn presentatie gaat hij dieper in op de wetenswaardigheden van het Nederlandse gerstrassenonderzoek.

Martijn van Iersel: ‘Onderzoek naar de eigenschappen en kwaliteit van brouwgerstrassen is essentieel voor de brouwgerstketen. Het gaat daarbij zowel om de landbouwkundige eigenschappen, zoals de opbrengst per hectare, de ziekteresistentie en strostevigheid, als de geschiktheid om te brouwen. Geeft het ras bijvoorbeeld voldoende eiwit en kiemt het goed? Het NIBEM gerstrassenonderzoek is bedoeld om de kwaliteit van nieuwe brouwgerstvariëteiten te waarborgen.

Voordat brouwgerst wordt geïntroduceerd voor commerciële doeleinden, wordt deze uitvoerig onderzocht. Dit onderzoek duurt circa 3 jaar. Rassen moeten op de parameter brouwkwaliteit overal hoger dan een 6 scoren, anders vallen ze af. Het ras Quench is de standaard waarmee alle rassen worden vergeleken.

Winterbrouwgerst is weer in opkomst: Agrifirm en Holland Malt hebben hier weer een zwengel aan gegeven. Ondanks dat sommige rassen zevens en achten scoren, worden ze niet altijd door de markt opgepikt. Praktijk en onderzoek sluiten niet altijd optimaal op elkaar aan.’

Vervolgens stelt hij het voortbestaan van het Nederlandse gerstrassenonderzoek aan de orde: ‘Het is belangrijk dat het gerstrassenonderzoek jaarlijks uitgevoerd kan blijven worden. Op deze manier wordt de onafhankelijke beoordeling van de rassen gewaarborgd. Daarbij kan met het onderzoek en de inbreng van NIBEM een effectieve lobby worden gevoerd om de belangen van de keten zo goed mogelijk te behartigen.’

Paneldiscussie: Het Nederlandse gerstrassenonderzoek

In de tweede paneldiscussie komt het Nederlandse gerstrassenonderzoek uitgebreid aan de orde. Het panel bestaat ook dit keer uit vertegenwoordigers van de gehele keten: Ton Wouda (veredelaar, Limagrain), Örjan Schrauwen (teler, Schrauwen Farm), Aart den Bakker (collecteur, Agrifirm), Martijn van Iersel (mouter, Holland Malt) en Wim Vermeulen (brouwer, Grolsche Bierbrouwerij)

Stellingen

  • De bouw/mout-eigenschappen van de voor Nederlandse geschikte gerstrassen behoeven verbetering.
  • Zonder brouwgerstonderzoek in Nederland loopt de keten veel meer risico bij de introductie van nieuwe rassen.
  • Kwekers hebben belang bij een goede positie op de rassenlijst, het in stand houden van het onderzoek naar mout en brouwkwaliteit heeft hier grote invloed op.
  • Brouwgerst moet van topkwaliteit zijn om er goed mee te kunnen vermouten / brouwen. Het Nederlandse gerstrassenonderzoek speelt hierbij een essentiële rol.
  • Door samenwerking met omliggende landen zijn we in staat om tot een selectie te komen van gerstrassen geschikt voor Nederlandse gerst, mout en bierketen.

Afsluiting: Rondleiding door bierbrouwerij & netwerken

De middag wordt afgesloten met een rondleiding door de bierbrouwerij van Stadskasteel Oudaen. Onder het genot van heerlijke bier/spijscombinatie maken de aanwezigen nader met elkaar kennis en worden contactgegevens uitgewisseld.

Wederom kan worden teruggekeken op een constructieve NIBEM-ketendag, die in 2019 zeker een vervolg zal krijgen.

     


Het is nu tijd om brouwgerst te zaaien

donderdag, 29 maart 2018

Het is nu het moment om (zomer) brouwgerst te zaaien. Bij de keuze voor een zomergerstras, is het belangrijk om een ras te kiezen wat brouwwaardig is en ook geaccepteerd is bij de mouterij.

Brouwgerst gelijke waarde met tarwe
Brouwwaardige zomergerst wordt door de diverse collecteurs ingenomen en verkocht aan verschillende mouterijen. De mouterijen maken er mooie mout van, dat weer geleverd wordt aan allerlei kleine en grote brouwerijen.
De markt van brouwgerst ontwikkelt zich op dit moment op een goede manier. Er is wereldwijd veel vraag naar gerst, waardoor tarwe en gerst bijna een gelijke waarde hebben. Met een premie voor brouwwaardigheid is de teelt van brouwgerst dan ook een betere keuze.

Het advies: het is tijd om brouwgerst te zaaien. Het is niet alleen de tijd van het jaar, maar het is ook tijd om met de brouwgerstmarkt mee te doen.


Gerstrassenonderzoek in de media

dinsdag, 20 maart 2018

Tijdens de tweede NIBEM-ketendag op 1 februari spraken telers, veredelaars, mouters en brouwers over de toekomst van het jaarlijkse gerstrassenonderzoek. Diverse media spraken er over.

Toekomst gerstrassenonderzoek staat op losse schroeven

bron: akkerwijzer.nl

Het Nederlands gerstrassenonderzoek zit financieel in zwaar weer. Volgens Martijn van Iersel (voorzitter van de Werkgroep gerstrassenonderzoek) moeten alle deelnemende partners – Plantum, PPO en NIBEM – snel hun verantwoordelijkheid nemen om dit reeds vele decennia lopende onderzoek overeind te houden. Gebeurt dit niet dan voorziet Van Iersel dat het gerstrassenonderzoek binnen twee tot drie jaar noodgedwongen tot een eind komt.

Volgens Van Iersel, morgen spreker op de tweede ketendag van de Stichting Nederlands Instituut voor Brouwgerst, Mout en Bier (NIBEM) in Utrecht, zijn de financiële problemen voor het gerstrassenonderzoek ontstaan na de opheffing van de Productschappen. „Het onderzoek is nu te veel afhankelijk van de individuele partijen en dan beland je financieel al snel in een patstelling met het gevaar dat het onderzoek over een tijdje niet meer bestaat.” Volgens Van Iersel is er momenteel te weinig consensus. „De verschillende partijen zien te weinig het belang van dit onderzoek en zijn daarom niet bereid hier geld voor uit te trekken. Iedereen kijkt naar elkaar en wacht nu tot iemand de eerste stap zet.”

Onderzoek continu proces

Volgens Van Iersel is het gerstrassenonderzoek een belangrijk en continue proces, waarbij steeds opnieuw wordt gekeken naar nieuwe gerstrassen die voor de hele keten – van teler tot mouter – interessant zijn. „De meeste rassen zitten zo’n twee tot vier jaar in het onderzoek en elk jaar zijn er wel weer nieuwe rassen die worden bekeken. Het onderzoek is een samenspel, waarbij gekeken wordt naar rassen met een goed rendement voor de teler en dat in combinatie met een goede kwaliteit voor de brouwer.”

Brouwgerstmarkt

In Nederland wordt er volgens Van Iersel momenteel jaarlijks zo’n 120.000 ton brouwgerst geteeld. Hiervan gaat het overgrote deel naar mouterijen in eigen land en de rest is voor export naar met name België en Duitsland. Van Iersel: „Irina en Planet zijn nu de meest geteelde brouwgerstrassen. De zomergerst wordt voor de volle honderd procent als brouwgerst geoogst, de wintertarwe is slechts deels als brouwwaardig geschikt.”

Ketendag

Op de tweede NIBEM-ketendag spreekt ook akkerbouwer Örjan Schrauwen over zijn ervaringen met het telen van brouwgerst. Verder staan er ook een tweetal paneldiscussies tussen publiek en experts over het gerstrassenonderzoek gepland. Enkele stellingen die aan de orde komen, zijn: ‘De brouw-mouteigenschappen van de voor Nederlandse geschikte gerstrassen behoeven verbetering’, ‘De eisen van de Nederlandse brouwers m.b.t. eiwitgehalte zijn te moeilijk te behalen voor de telers’ en ‘Brouwgerstteelt is een volwaardige concurrent van tarweteelt’

 

Onderzoek brouwgerst zoekt financiering

Op de Nibem-ketendag was het thema vooral gericht op de teelt en het onderzoek van gerstrassen. De financiering van het rassenonderzoek bevindt zich door het wegvallen van het Productschap Akkerbouw in een onzekere periode. Het Nibem moet voldoende bijdragen bij elkaar zien te krijgen in de keten van gerst tot bier.

De Nibem-ketendag was vorige week donderdag in Stadskasteel Oudaen in Utrecht. Nibem staat voor het Nederlands instituut voor brouwgerst, mout en bier. Sinds enkele jaren houdt het instituut een ketendag waarbij alle schakels van de keten zijn vertegenwoordigd en waarbij de organisatie een bepaald thema naar voren haalt.

Deze keer was het thema ‘Teelt en onderzoek’. Daarmee had de organisatie gelijk al een heet hangijzer te pakken, namelijk het rassenonderzoek. Dat wordt tot op heden, en waarschijnlijk tot en met volgend jaar, gefinancierd door het Nibem.

Onzekere toekomst

Maar naar de toekomst lijkt deze financieringsformule onzeker en moet er naar een andere vorm van financiële ondersteuning worden uitgekeken. In het verleden werden dit soort onderzoeken gefinancierd door de brouwers, de mouters en het Productschap Akkerbouw, maar sinds het wegvallen hiervan is die vorm van financiering over.

Het rassenonderzoek in Nederland heeft een goede naam

‘Door het ontbreken van financieringsmogelijkheden van het Nibem is het belangrijk om het als keten voor elkaar te krijgen dat elke partij zijn bijdrage levert aan het onderzoek’, zegt Nibem-voorzitter Hubert te Braake. ‘Het is de uitdaging om ook de telers en de collecteurs erbij te krijgen. Het rassenonderzoek in Nederland heeft een goede naam. Het is het goedkoopste en meest efficiëntst in heel Europa.’

Tonnen gerst

In ons land verwerken mouterijen jaarlijks ongeveer 600.000 ton gerst. Hiervan is 120.000 ton geteeld in Nederland. De rest wordt geïmporteerd. Akkerbouwers telen in ons land zo’n 20.000 hectare zomergerst en 9.000 hectare wintergerst.

Zomergerst wordt bijna allemaal afgezet als brouwgerst en wintergerst als voergerst, met slechts een klein deel als brouwgerst. Het verschil zit onder andere in de vorm van de aar. De zomergerst heeft een meer uniforme korrel dan wintergerst. Mouters hebben daarom liever zomergerst dan wintergerst.

Gerstrassenonderzoek

Martijn van Iersel van Holland Malt is voorzitter van de werkgroep gerstrassenonderzoek van het Nibem. Hij geeft aan dat er rassenproeven op verschillende locaties worden gehouden en die worden gefinancierd door de kwekers. Het Nibem financiert het onderzoek naar de brouwkwaliteit.

Van Iersel legt uit dat er twee invloeden zijn: raseigenschappen (genetisch) en omgevingseigenschappen (klimaat en bodem). Het samenspel van klimaat, bodem en raseigenschappen bepaalt de uiteindelijke kwaliteit. Moeilijkheid daarbij is dat in geval van zandgronden er vaak sprake is van meer variatie in een perceel (bonter). ‘Daarom kies je bij rassenproeven veelal voor kleigronden.’

Twee factoren

Een ras heeft bepaalde eigenschappen in zich, maar ook de plaats waar het groeit. Dat zijn twee evenwaardige factoren die evenveel invloed hebben. Als je een partij gerst van hetzelfde ras neemt dat bijvoorbeeld in het zuidwesten is gegroeid of in het noorden van ons land, dan kan dat verschillende eigenschappen hebben.

Klimaat en grondsoort hebben invloed. Door de homogenere samenstelling van kleigrond levert dat ook homogenere kwaliteit mout.

Variatie

Voor mouters is variatie in de rassen belangrijk. Ze zeggen ervoor te moeten waken dat heel Europa op één ras gaat zitten, dit om risico’s te spreiden. Ze willen ook verscheidenheid om steeds een stabiele kwaliteit te bereiken.

Belangrijk zijn de filtratie in de brouwerij en de stabiliteit van het extract, dat is de hoeveelheid in suiker omgezette zetmeel. Als belangrijke technische eigenschappen voor de mouters noemt Van Iersel de wateropname, snelheid van het kiemen en tijd en intensiteit van vermouting.

Zomerbrouwgerst

Het onderzoek naar gerstrassen betreft alleen de zomerbrouwgerst. Voor winterbrouwgerst is de oppervlakte te klein en het is een heel ander gewas. Om een nieuw ras te kweken, kost bij zomergerst rond de zeven jaar. Bij wintergerst ga je richting tien jaar.

In Rilland kweekt Limagrain rassen voor West-Europa, met name voor Frankrijk, Duitsland en Scandinavië. ‘In de eerste plaats kijken we richting telers naar een goede opbrengst en resistenties’, zegt Ton Wouda van Limagrain.

Strostevigheid

‘De strostevigheid is ook een belangrijke eigenschap. Als een gewas legert, heb je veel minder kwaliteit. Als tweede is de brouwkwaliteit uiteraard belangrijk. Daarvoor kijken we naar het duizendkorrelgewicht en het aandeel volgerst, met een eiwitgehalte tussen de 9,5 en 11,5 procent, en de mate van uniforme korrels met een kiemkracht van minimaal 95 procent.’

Akkerbouwer Örjan Schrauwen uit Zevenbergen gaf van telerszijde aan dat je met een goede opbrengst toch nog een negatief saldo overhoudt. Schrauwen ziet granen als een noodzakelijk onderdeel van het bouwplan om de grond voor de renderende teelten op orde te krijgen.


NIBEM publiceert Waarderingslijst brouwgerstrassen 2018

dinsdag, 19 december 2017

Jaarlijks brengt het Nederlands Instituut voor brouwgerst, mout en bier (NIBEM) een waarderingslijst uit voor brouwgerstrassen op basis van uitvoerig onderzoek. Door middel van deze waarderingslijst informeert het NIBEM de Nederlandse gersttelers over de acceptatie van de verschillende brouwgerstrassen door de mouters en brouwers in Nederland.

Industriële kwaliteitsbeoordeling 2017

In 2017 zijn partijen van de rassen KWS Irina, RGT Planet en Sanette beproefd (oogst 2016/2017). Het gezamenlijke industriële oordeel van de Nederlandse mouterijen en bierbrouwerijen over de rassen KWS Irina en RGT Planet is positief. Het ras Sanette is geaccepteerd maar wordt niet aanbevolen.

Waarderingslijst 2018

Nieuw op de rassenlijst is het ras: Laureate. Na beproeving op kleine schaal lijkt dit ras brouwwaardig. Met dit ras is ook enige industriële ervaring opgedaan (oogst 2017).

De waarderingslijst van NIBEM 2018 ziet er als volgt uit:

  • KWS Irina, RGT Planet en Quench worden geaccepteerd door de hele industrie.
  • Sanette wordt beperkt geaccepteerd.
  • Laureate is nieuw op de rassenlijst en wordt beperkt geaccepteerd vanwege de weinige ervaring in mout- en/of brouwproces.
  • Over de teelt van Paustian wordt geen advies uitgebracht vanwege de onvoldoende industriële ervaring.

Brouwgerstonderzoek

Voordat een brouwgerstras wordt geïntroduceerd voor commerciële doeleinden, wordt deze uitvoerig onderzocht. Het reguliere cultuur- en gebruikswaardenonderzoek bestaat uit twee delen.

  •  In opdracht van de kwekers wordt het landbouwkundige deel uitgevoerd. De resultaten hiervan worden opgenomen in de Aanbevelende Rassenlijst Zomergerst van CSAR.
  • Parallel volgt in opdracht van NIBEM het kwaliteitsonderzoek waarbij gerst op basis van kleine schaal vermouting en verbrouwing op mout- en brouwkwaliteit wordt beoordeeld. Aan de hand van deze resultaten en reeds opgedane praktijkervaring met rassen komt de NIBEM waarderingslijst tot stand.

Themadag Granen

dinsdag, 5 september 2017

Het Comité van Graanhandelaren en BO-Akkerbouw zullen in maart 2018 een themadag Granen organiseren. Meer informatie volgt binnenkort.


Agrifirm: Brouwgerst telen wint aan populariteit

maandag, 4 september 2017

Vanwege de hoge premies is brouwgerst al het meest geteelde zomergraan in het noordelijke deel van Nederland. Agrifirm is de enige partij in Nederland die jaar op jaar deze premie uitbetaald.

De laatste jaren zijn in de veredeling van brouwerst grote stappen gezet, vooral in de opbrengstpotentie. Daardoor kan de teelt van wintergerst concurreren met wintertarwe. De relatief vroege oogst geeft arbeidsspreiding.

De teelt van winterbrouwgerst heeft als voordeel dat het land vroeg vrijkomt. Daardoor is er meer kans om wortelonkruiden in de stoppen aan te pakken, mest aan te wenden of een groenbemester in te zaaien.

lees meer >


Bierketen verkoopt smaak en beleving

zaterdag, 27 mei 2017

Bij de productie van bier gaat het steeds meer om smaak, beleving en duurzaamheid. Daar moet de hele keten aan meewerken, ook de teler van brouwgerst. Bij het drinken van bier is lokaal en regionaal terug van weggeweest, ambachtelijk en duurzaam wordt weer gewaardeerd. ‘Maar consumenten wantrouwen duurzame claims. Laat daarom zien dat je duurzaam werkt’, zegt marketingdeskundige Jeroen Wolten.

Tijdens de ketendag van het Nederlands Instituut voor Brouwgerst en Mout en Bier (Nibem), vorige week woensdag in Bodegraven, noemde Wolten Gulpener bier als voorbeeld. ‘Gulpener is het meest duurzame biermerk in Nederland met een lokale samenwerking.’

Gulpener bier haalt de grondstoffen uit de regio, belangrijk voor de duurzaamheid. ‘Twee derde van de consumenten vindt dat een product duurzaam moet zijn. Duurzame restaurants in Amsterdam kiezen bewust voor Gulpener.’

lees meer >


NIBEM-Ketendag 2017: smaak en beleving staan centraal

donderdag, 18 mei 2017

Tijdens de NIBEM-ketendag op 17 mei jl. die plaatsvond bij brouwerij De Molen konden deelnemers kennismaken met andere spelers in de bierketen, presentaties volgen over alles wat met brouwgerst en mout te maken heeft en met elkaar in gesprek gaan hierover. De gehele keten was aanwezig, van gerstraskwekers, brouwgersttelers, graanhandelaren, mouters tot bierbrouwers. De presentaties die gegeven werden door experts gingen over de relatie van gerst- en moutkwaliteiten tot smaak van pils en speciaalbieren, duurzame teelt van brouwgerst en welke rol lokale grondstoffen spelen bij biermerken. En het effect van gemengde gisting bij bierbouwen en effecten op de biersmaak.

Ook in 2018 zal er opnieuw een ketendag worden georganiseerd door NIBEM. Informatie hierover leest u hier.


Brouwgerst telen met meer smaak

donderdag, 18 mei 2017

Bij bier gaat het in toenemende mate om smaak en beleving. De huidige brouwgerstrassen zijn echter vooral geselecteerd voor de productie van gewoon pils en niet voor special bieren. Mogelijk liggen er kansen bij het telen van brouwgerstrassen met meer smaak. Nieuwe brouwgerstrassen kunnen de smaak van bier positief beïnvloeden. Het is mogelijk om genetisch te kijken wat gerstrassen qua smaak voor potentie hebben.

lees meer >


“Nederlands bier brouwen we samen!”

MENU